Rope Skipping: Trend of Sport ?!



Medio augustus 1998 werd ik benaderd door Ernst Hart. Hij zag voor de zoveelste keer een artikel met daarin de term 'Rope Skipping' en wederom stond mijn naam vermeld. Een E-mail werd gestuurd en beantwoord en een afspraak gemaakt. 'Wil je wat schrijven voor het vakblad?', was de eenvoudige vraag. Met als aanvulling: 'Met toepassing naar B.O. en V.O. basisvorming en tweede fase!'. 'Nee.' zou het meest practische antwoord geweest zijn, maar het werd toch 'Ja.'. Een eerste opzet diende begin november 1998 klaar te zijn. In mijn hoofd ontstonden allerlei kreten, ideeen en uitwerkingen. Mijn palm-top was een dankbare aanvulling en het resultaat heeft u nu in handen.



De eerste vraag die bij mij rees was: 'Waarom toch iedere keer de legitimering voor datgene wat men doet in de zaal en op het veld?' Waarom is er toch steeds weer die behoefte om het bewegen van individuen te vangen in geschreven woord en het bewegen te analyseren en te ontleden in al zijn componenten?



In juli 1995 kwam ik in aanraking met de sport en was nagenoeg direct gepassioneerd door de (on)mogelijkheden van het 'touwtje'. Wellicht dat er bij menigeen van u bij het woord 'touwtje' het aha-gevoel zijn intrede doet. Inderdaad.... Ik heb het over 'Touwtje Springen'. En ik besef dat SIRE de afgelopen tijd aandacht gevraagd heeft met betrekking tot het 'vragen om duidelijke taal', maar tafeltennis heet ook geen ping-pong. Zoals gezegd: ik werd bevangen door het Rope Skipping. Ik was met mijn huisgenoten aangeland op het Europees Kampioenschap. Belgische, Deense en Zweedse skippers en skipsters demonstreerden op schijnbaar moeiteloze wijze hun kunsten in enkel touw (Single Rope) en dubbele touwen (Double Dutch). Met mijn bagage als turner, docent L.O. en sportliefhebber werd ik bevangen door de eenvoud en complexiteit, door de teamsport en individualiteit. Een week lang hebben de touwtjes mij gefolterd, mij geestelijk gekweld en mij op mijn knieën gedwongen. Aan het eind van de week was ik een van hen geworden, zijn wij huiswaarts gekeerd en in Nederland onder de paraplu van de KNGU (= Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie) begonnen met trainingen, formeren van een demo-team en het geven van workshops en het maken van materiaal. Tevens ben ik vrijwel direct begonnen op mijn scholen en verenigingen de touwtjes die ik meegenomen had uit Zweden te toetsen aan mijn leerlingen.

Hoewel de animo onder de leerlingen van de Basisschool groter is dan die van het Voortgezet Onderwijs krijg ik ook vanuit 4MAVO-klassen de vraag: 'Gaan we weer Double Dutchen?!'

Wellicht is dit een erg uitgebreide wijze om antwoord te geven op de vraag van legitimering, maar ik hoop dat ik heb laten zien dat de legitimering zich reeds in de intrinsieke motivatie van de skipper laar zien.

Dan blijft nu natuurlijk nog een stuk theoretische legitimering over. De anatomisch / fysiologische onderbouwing heb ik overgenomen uit een eindwerk TSO van de Belgische Rope Skipper Maarten Goedemé:




Jump: Door Maarten Goedemé ©

Historiek, het ontwerpen van skills, de verschillende terreinen van Rope skipping, de basisfysiologie van Rope Skipping, traingsstrategiën en conditietraining.

Eindwerk TSO LO en Sport 1996



Hoofdstuk 4: De basisfysiologie van Rope Skipping



Rope skipping wordt al sinds eeuwen in heel de wereld beoefend.



Vergeleken met andere sporten is relatief weinig geweten over de invloed van Rope Skipping op je conditie. Nochtans, zijn er al veel goede studies gedaan die de weldoende invloed van Rope Skipping aantonen.



Eén van de eerste vragen, was het onderzoek naar wat Rope Skipping als invloed heeft op de luchtwegen en op de conditie van het hart en het bloedvatenstelsel.



Als iemand 3 dagen op 7 per dag 15 tot 30 min. springt, heeft dit dan invloed op het hart, de longen en de spieren?



In 1966 toonde John Baker aan dat wie 10 min. per dag springt dezelfde conditie kan krijgen als iemand die dagelijks 30 min. loopt. Hierdoor steeg de verkoop van touwen enorm!

Ongelukkig genoeg toonde later onderzoek aan dat er ook nadelen aan Rope Skipping zijn. Het kan dus ook schade aan het lichaam toebrengen. Het toonde ook aan dat basis Rope Skipping gelijk is aan één kilometer op 5,5 minuten lopen of één minuut 22 km/u fietsen. Deze energielevering is te zacht voor wie fit is en te hard voor niet-getrainden. Verder onderzoek toonde ook aan dat minder dan 130 sprongen per minuut presteren niet helpt om energie te besparen, omdat je dan hoger springt en trager moet draaien om het ritme aan te houden. Dit geeft weer waarom zoveel mensen Rope Skipping te zwaar vinden.



Dit stelt een eerste probleem: Hoe introduceer je Rope Skipping bij iemand die niet getraind is? Want met lopen kun je starten met eerst te wandelen dan te joggen en uiteindelijk steeds sneller te lopen.



2de probleem: Rope Skipping is te hard voor beginners en te zacht voor gevorderden.



Maar vanaf er een kleine versnelling plaats vindt of wanneer het technisch moeilijker wordt zal het steeds harder worden. Als je gewoon met 2 voeten te samen springt, stijgt de nodige energie met 6 %, als je dan begint te lopen is de nodige energie 12 %. Als je je armen kruist is er 31 % nodig. Bij doubles (het 'touw' passert de het lichaam twee maal onderlangs in één sprong) en triples (3 maal) is er natuurlijk nog veel meer energie nodig. En bij een volledige freestyle oefening stijgt dit nog veel drastischer.



Rope-skipping is normaal geen aërobe aktiviteit vanaf je doubles gaat doen. Triples zijn zeker een anaërobe aktiviteit omdat het aëroob metabolisme niet in staat is zo snel achter mekaar zoveel energie te leveren. Het anaëroob metabolisme kan dit wel, maar voor een relatief korte periode, ongeveer 2 minuten.



Anaërobe training is voor Speedbeoefenaars erg belangrijk, net als voor de meeste atleten, omdat het kan gebruikt worden om 'krachtuitbarstingen' mogelijk te maken. Dit geldt dus ook voor boxers, voetballers, basketballers, enz.



Dus is anaërobe-training is voor alle sporten die een langdurige krachtinspanning nodig hebben erg belangrijk. Maar natuurlijk moeten rope skippers ook aëroob trainen.



Technieken zoals quadruples (4 maal) en quintuples (5 maal) zijn de meest anaërobe types van trainingen. Hier kan zelfs het anaërobe systeem niet genoeg energie leveren. Deze technieken gaan hun energie halen in het creatine-fosfaatsysteem. Ongelukkig genoeg zijn deze energie-voorraden zeer snel opgebruikt. Het zelfde doet zich voor bij 100 meter sprinters en gewichtheffers.



Een studie suggereert dat het krachttype van Rope Skipping goed is en op het zelfde niveau staat als het ontwikkelen van een vertikale sprong die nodig is voor volley en basket.



Een vergelijking met tennis leert ons het verschil en de samenhang tussen de 3 systemen, het aëroob systeem, het anaëroob systeem en het creatine-fosfaatsysteem kennen:

creatine syst.: kracht, de bal hard slaan tijdens de service

anaëroob syst.: snel gespeeld spel

aëroob syst.: nodig om achteruit te lopen

Rope Skipping is steeds een combinatie van deze drie systemen omwille van de diverse combinaties van sprongen, de uithouding en de snelheid waarmee het beoefend wordt. Een training gericht op persoonlijke vooruitgang of competitie, zal moeten rekening houden met deze systemen en ze elk aan bod laten komen.




Voor diegenen die aan voorgaande tekst nog niet voldoende motivatie hebben kunnen ontleden hierbij dan voor de laatste maal de vraag: 'Waarom Rope Skipping in het vak L.O.?'

Het zal u niet onopgemerkt gebleven zijn dat in de loop der jaren diverse sporten het touwtje als een conditioneel hulpmiddel hebben gebruikt. Op een relatief klein oppervlak kunnen conditie en coördinatie, alsook lichtvoetigheid en mentaliteit getraind worden. Allemaal voorwaarden voor vele sporten, zo niet alle sporten. Rope Skipping heeft zich verder ontwikkeld vanuit deze beginpositie tot een Sport met ongekende mogelijkheden. Door het gebruik van muziek kan het zelfs probleemloos binnen de basisvorming ondergebracht worden bij Bewegen op / met muziek.

Al het voorgaande gelezen te hebben, de zelfstandigheid van de leerlingen in Basisvorming kennende, (tenminste.... dat neem ik gemakshalve aan), de klassenvergroting en de pluriformiteit aan bewegingsvormen in een les(moment) geef doe ik een aantal lessuggesties voor de Basisschool groep 3 tot en met 8, basisvorming onderbouw en de tweede fase. Het geheel kan gezien worden als een rode draad vanaf de basisschool tot en met het eind van de tweede fase. Natuurlijk kunnen de lessen ook separaat en in hogere of lagere groepen en klassen gegeven worden.



Veel plezier!!

Eric Herber,

KNGU PGRS,

Brediusweg 15,

1401 AA Bussum.

Tel.: 035 - 69 70 130

Fax: 035 - 69 404 97

E-mail: rope.skipping@xs4all.nl

Vooraf:

Omdat de sport in Amerika is ontstaan en de uitwisseling met andere landen veelvuldig en gemakkelijk plaatsvindt, heeft de KNGU-PGRS gemeend om zoveel mogelijk aan de nomenclatuur in het Engels vast te moeten houden. Hierdoor worden er in het volgende gedeelte erg veel engelstalige woorden gebruikt.



Hoe kan schematisch worden weergegeven wat in welke groep / klas aan de orde kan komen? Hieronder ziet u een mogelijkheid om dit te doen.



B.O. V.O.
1/2 3/4 5/6 7/8 1/2 3/4 5/6
I Single Rope
II Combo's
III (Groep)Routines
IV (Groep)Routines op muziek
V Via Long Rope naar Double Dutch
Long Rope
Double Dutch
VI Chinese Wheels


De oefenstof / lessenreeks is vervolgens zo opgebouwd dat ten alle tijde teruggegrepen kan worden naar een makkelijkere of moeilijkere vorm.





I Single Rope: groep 3 t/m 6 VWO

Einddoel: Het kunnen bekijken en uitvoeren van een enkele (herhaalde) skill.



Praktijk:

BO 1/2

1. Basic jump:

Tel 1: spring met twee voeten naast elkaar. 1 tel = 1 sprong.



BO 3/4

2. Double side swing:

Zwaai van het rope naast het lichaam.

Zwaai het rope rechts naast het lichaam; via laag, achter, hoog terug naar voor en direct door naar links, via laag, achter, hoog terug naar voor en spring over je rope.

Tel 1: rechts

Tel 2: links

Tel 3: spring

Bij de zwaai aan de rechterkant van het lichaam is de linkerhand boven de rechterhand.

3. Single side swing:

a) Zonder te springen: touw zwaai links en rechts, beide handen blijven dicht bij elkaar

b) Touw zwaait links (handen samen), touw zwaait onder voeten. (handen terug open en overspringen), touw zwaait rechts (handen samen).

c) Al springend de beweging uitvoeren d.w.z. bij de side swing alsof je over het touw zou springen -----> als touw de grond raakt.

4. Side straddle:

Spreid- en sluitsprong zijwaarts.

Tel 1: spreid

Tel 2: sluit

5. Forward straddle:

Spreid- en sluitsprong voor/achterwaarts.

Tel 1: spreid

Tel 2: sluit

6. Criss cross:

Houd je handen goed laag (broekzakken!!!!).

ARMEN kruisen voor Lich. (Tips: Ellbebogen op elkaar - Handen flex - Polsen meedraaien- ARMEN en Schouders meedraaien)

Eerst zonder te springen de beweging een paar maal laten uitvoeren, dan beginnen met touw achter Hakken. Als touw over hoofd komt ARMEN kruisen en over touw springen. ARMEN onmiddellijk weer openen en weer gewoon over touw springen.

Oefenen met linker arm boven rechter arm en omgekeerd.

7. Side Swing Criss cross:

Combinatie van eerste twee oefeningen.

a) zonder spr.

. touw vertrekt achter, handen links, ARMEN open.

. touw over het hoofd zwaaien, ARMEN samen brengen en touw naar links zwaaien.

. linker hand blijft achter rechter hand.

. als touw weer voor is, linker arm over rechter arm kruisen (dus rechter arm blijft waar hij was).

. idem aan de andere kant.

b) sprg. als ARMEN gekruist zijn en touw voor voeten komt.

c) al springend de hele beweging uitvoeren dus ook springen bij side swing.

8. Double bounce:

Twee keer springen terwijl het rope één keer rondgaat.



BO 5/6

9. Skiër:

Spring met twee voeten naar rechts en links, terwijl het bovenlichaam op de plaats blijft.

Tel 1: spring naar rechts.

Tel 2: spring naar links.

10. Bell:

Spring met twee voeten naar voren en achteren, terwijl het bovenlichaam op de plaats blijft.

Tel 1: spring naar voren.

Tel 2: spring naar achteren.

11. High knee:

Tel 1: Til je gebogen rechterbeen voorwaarts op.

Tel 2: Plaats je rechtervoet weer op de grond.

12. Speed step:

Per rotatie van het touw wordt er één voet geplaats; een soort van 'trppling' (atletiek) of 'hard-rennen-op-de-plaats-in-het-touw'.



BO 7/8

13. 180 turn to the back:

Gelopen halve draai; spring achterwaarts verder.

Als je rope over je hoofd komt, zwaai het aan de rechterkant van het lichaam via de grond (handen bij elkaar houden!), terwijl je zelf ook omdraait met het rope mee.

14. 180 turn to the front:

Gelopen halve draai, die volgt op nummer 13.

Je springt achterwaarts over je rope. Als je rope hoog is draai je jezelf om (handen bij elkaar houden!) en spring je voorwaarts verder.

15. 360 turn:

. side swing links, meedraaien naar links en rugwaarts over touw springen (eerst dit deel oefenen)

. na rugwaarts springen onmiddellijk verder doordraaien naar links en weer voorwaarts over touw springen.

Dus: er wordt een volledige draai links gemaakt en dit in 3 fasen/delen:

1 = side swing links.

2 = rugwaarts over touw springen.

3 = links omdraaien en voorwaarts over touw springen.

Alles eerst traag uitvoeren.

Dan al springend 3 sprongen tijdens side swing.

bij het rugwaarts springen over touw.

bij het voorwaarts springen over touw.

++. Achteruit:

Alles wat tot nu toe voorwaarts is uitgevoerd kan ook achterwaarts worden uitgevoerd!!!

++. Achteruit:

Dit zijn extra dingen die ook meestal al in groep 6/7 gedaan kunnen worden:

Oefening per 2 in 1 touw.

Voor deze oefening touwen gebruiken van 2m90 lengte (= 10 feet).

1. Naast elkaar staan in touw

. buitenw. omdraaien en handvat doorgeven van ene naar andere hand.

. in en uit touw springen (afwisselend leerling 1 en leerling 2.).





. criss cross: nummer 1 gaat uit touw, neemt handvat vast dichtst bij partner, op teken kruist nummer 2 de armen voor lichaam terwijl nummer 1 handvat voorbij lichaam van nummer 2 brengt.





VO 1/2

16. The X:

Spreiden en kruisen van de benen.

Tel 1: spreid zijwaarts

Tel 2: kruis de benen

17. Wounded duck:

Sprong met gebogen knieën!

Tel 1: tenen naar elkaar toe, knieën tegen elkaar

Tel 2: hakken tegen elkaar, knieën naar buiten

18. Peek - a - boo:

Tel 1: raak met je tenen van de rechtervoet zijwaarts de grond, terwijl je op je linkerbeen springt

Tel 2: sluit

19. Double peek - a - boo:

Tel 1 en 2: raak 2x met de tenen van je rechtervoet zijwaarts de grond, terwijl je op je linkerbeen springt

Tel 3: sluit

20. Toe to toe:

Tel 1: raak met de tenen van je rechtervoet achterwaarts de grond; knieën blijven bij elkaar

Tel 2: sluit

21. Heel to heel:

Tel 1: raak met de hak van je rechtervoet voorwaarts de grond

Tel 2: sluit

22. Heel to toe:

Tel 1: raak met de hak van je rechtervoet voorwaarts de grond

Tel 2: raak met de tenen van je rechtervoet achterwaarts de grond

VO 3/4

23. High knee cross over:

Tel 1: Til je gebogen rechterbeen voorwaarts op

Tel 2: Kruis met je rechterbeen voor je linkerbeen en tik de grond aan

Tel 3: Til je rechterbeen weer gebogen op

Tel 4: sluit

24. Rocker:

Sprong met je knieën bij elkaar, waarbij het rechterbeen voor blijft!!

Tel 1: Breng je rechtervoet voorwaarts

Tel 2: Breng je linkervoet achterwaarts

25. Wallow:

Tel 1: breng je rechterbeen gestrekt zijwaarts

Tel 2: je rechterbeen terug naar het midden, terwijl je linkerbeen gestrekt zijwaarts gaat

26. WW-kick:

Zwaai je rechter voet zijwaarts omhoog (nadat je over het touw gesprongen bent) en spring vervolgens van je linker voet omhoog, waarbij de beide voeten elkaar even in het dode punt raken en landt dan weer op je linker voet.

27.Mad Dog:

180 to the front, direct gevolgd door 180 to the back.

28. Zijwaartse galop:

Galop zijwaarts met daarbij per galop 1 rotatie van het touw onder je door.

VO 5/6

29: E.B.:

Sprong met rechterarm voor het lichaam langs en linkerarm achter het lichaam langs.

Dus je rechterhand draait links en je linkerhand draait rechts.

++. Extra:

Er zijn nog meer sprongen, zoals 'Frog', 'Toad', 'Push-up' en 'Caboose Cross' die relatief eenvoudig aan te leren zijn, maar lastig te omschrijven zijn. De uitgewerkte versies zijn op video te zien, welke bij het gratis Introductie-pakket gevoegd is. Tevens staan hierop nog aanvullende mogelijkheden zoals 'travellar' en 'Around the world'.



Nummer 1 heeft touw vast in beide handen.

Nummer 2 heeft geen touw en springt op de plaats.

Nummer 1 springt naast nummer 2 en schuift na de 1ste sprong op zodat bij de 2e sprong nummer 1 en nummer 2 samen in touw springen, bij de volgende sprong schuift nummer 1 weer op.

Ook: Idem als oefening 2 maar 3 personen naast elkaar zonder touw 1m. tussen elke springer. Travellar nummer 1 schuift al springend op en zwaait touw telkens tussen en over de andere springers.



II Combo's (groep 5 t/m 6 VWO)

Einddoel 1: Van de ene vorm over kunnen gaan naar de volgende vorm en/of vanuit de ene vorm een moeilijkere vorm ontdekken / oefenen.

Einddoel 2: Zelf een combinatie maken van 6 (vanaf groep 7) tot 20 (5e en 6e klas) (verschillende) skills op een vloeiende manier elkaar opvolgend.



Praktijk:

BO 7/8 6 verschillende 'sprongen' uitvoeren.

VO 1/2 (Binnen de maximale tijdsduur van 15 seconden) 10 verschillende 'sprongen' uitvoeren; vooruit is anders dan achteruit.

VO 3/4 Binnen de maximale tijdsduur van 20 seconden 15 verschillende 'sprongen' uitvoeren. (eventueel van te voren opschrijven).

VO 5/6 Binnen de maximale tijdsduur van 30 seconden 20 verschillende 'sprongen' uitvoeren; en van te voren opschrijven.

III (Groep)Routines >> Compulsory (groep 7 t/m 6 VWO)

Einddoel 1: Met een groepje (2 of meer personen) een oefening uitvoeren.

Einddoel 2: Met een groepje (2 of meer personen) zelf een oefening maken en uitvoeren.



Praktijk:

BO 7/8 4x Double Side Swing

8x Basic-Jump

4x Skiër

2x 'Hinkel': 2 x links, 2 x rechts

4x Side Straddle



VO 1/2 8x Basic Jump

4x Skiër

4x Side Straddle

4x Bell (Start forward)

2x X (R over L first)

1x Heel to Heel R

1x Heel to Heel L



VO 3/4 heel to heel R

heel to heel L

toe to toe R

toe to toe L



heel to toe R

heel to toe L

heel R, toe R (touches in front of L foot)

heel L, toe L ( touches in front of R foot)



rock L-R-L , kicking R foot to R side + double bounce

rock R-L-R , kicking L foot to L side + double bounce



WW kick R

WW kick L



VO 5/6 Als VO 3/4, maar aangevuld met:

basic , mad dog R

basic , 360 R



high knee L cross over R

high knee R cross over L



basic , mad dog L

basic , 360 L





high knee L cross over R

high knee R cross over L



heel to toe R 2x

slide to the right 4x



heel to toe L 2x

slide to the left 4x





IV (Groep)Routines op muziek (groep 7 t/m 6 VWO)

Subdoel 1: Kunnen springen op muziek (groep 5 t/m 6 VWO)

Subdoel 2: Kunnen springen van een routine op muziek (groep 7)

Einddoel: Zelf muziek zoeken, analyseren en routine maken en uitvoeren. (4e klas en hoger)



Praktijk:

In feite is elke dansbare muziek bruikbaar om te Rope Skippen. Meestal wordt muziek gebruikt die ook in de aerobics gebruikt wordt, maar in elke toplijst komen nummers voor die geschikt zijn. Hieronder staan een aantal 'oudere' nummers en artiesten om een beetje een beeld te geven. Tevens is vermeld hoeveel BPM (= Beats Per Minute) gebruikt kan worden.

Routine (100 - 170 BPM)

'So in love with you' Duke 3:56

'La cucamarcha' TNN 3:54

'Cotton eyed Joe' Rednex 3:12

'Old pop in an oak' Rednex 3:31

Vrij skippen (120 - 180 BPM)

'Knockin'' Double Vision 3:28

Speed (160 - 210 BPM)

'I wanna be a hippy' Technohead 3:17

Chinese Wheels (dit wordt straks behandeld)

Go on Move '94 Reel 2 Real 4:12



BO 7/8 So in love with you: Duke



2 x 8 tellen vooraf

1 - 4 Double Side Swing

5 - 8 Repeat

1 - 8 Basic-Jump

1 - 8 Skiër

1 - 8 'Hinkel': 2 x links, 2 x rechts

1 - 8 Side Straddle

1 - 4 Basic Jump, Basic Jump, Criss Cross, Basic Jump

5 - 8 Repeat

1 - 8 Forward Straddle

1 - 8 High Knee



VO 1/2 La Cucamarcha: TNN



4 x 8 tellen vooraf



1 - 8 : Basic Jump

1 - 8 : Skiër (Start left)

1 - 8 : Side Straddle

1 - 8 : Bell (Start forward)

1 - 8 : X (R over L first)

1 - 2 : Heel to Heel R

3 - 4 : Heel to Heel L

5 - 8 : Repeat



1 - 2 : Toe to Toe R

3 - 4 : Toe to Toe L

5 - 8 : Repeat



1 - 2 : Heel to Toe R

3 - 4 : Heel to Toe L

5 - 8 : Repeat



VO 5/6 Cotton eyed Joe: Rednex



1 - 2 : heel to heel R

3 - 4 : heel to heel L

5 - 6 : toe to toe R

7 - 8 : toe to toe L



1 - 2 : heel to toe R

3 - 4 : heel to toe L

5 : heel R

6 : toe R , touches in front of L foot

7 : heel L

8 : toe L , touches in front of R foot



1 - 4 : rock L-R-L , kicking R foot to R side + double bounce

5 - 8 : rock R-L-R , kicking L foot to L side + double bounce



1 - 2 : WW kick R

3 - 4 : WW kick L

5 - 8 : repeat



1 - 4 : basic , mad dog R

5 - 8 : basic , 360 R



1 - 4 : high knee L cross over R

5 - 8 : high knee R cross over L



1 - 4 : basic , mad dog L

5 - 8 : basic , 360 L



1 - 4 : high knee L cross over R

5 - 8 : high knee R cross over L



1 - 4 : heel to toe R 2x

5 - 8 : slide to the right 4x



1 - 4 : heel to toe L 2x

5 - 8 : slide to the left 4x



1 - 2 : jog R forward, jog L forward

3 - 4 : double bounce R

5 - 6 : jog L forward, jog R forward

7 - 8 : double bounce L



1 - 8 : repeat backwards



1 - 2 : basic jump 2x

3 - 4 : criss cross 2x

5 - 6 : basic jump 2x

7 : criss cross

8 : basic jump



1 : side swing R

2 : basic jump

3 : side swing L

4 : basic jump

5 - 8 : repeat



1 - 2 : side straddle

3 - 4 : forward straddle R

5 - 6 : forward straddle L

7 - 8 : side straddle



1 - 2 : double side swing R-L

3 - 4 : basic jump 2x

5 - 8 : repeat



Start all over untill the jogpart; after the backward jogs you catch the rope with your feet and bow.



V Via Long Rope naar Double Dutch: groep 3 t/m 6 VWO

Subdoel 1a: Foutloos kunnen inkomen in Long Rope vanaf de 'foute' zijde.

Subdoel 1b: Foutloos kunnen draaien van het Long Rope (aanpassen aan springer).

Subdoel 2a: Foutloos kunnen inkomen in Double Dutch.

Subdoel 2b: Foutloos kunnen draaien van het Double Dutch (aanpassen aan springer).

Subdoel 3: Met meerdere springers tegelijk in Double Dutch en/of verschillende skills uitvoeren door springer(s) (en draaiers).

Einddoel: Met 3 of meertal een oefening maken waarbij iedereen afwisselend draait en springt.



Woordje vooraf:

Leren in- en uitspringen.

a) Verbale uitleg:

. manier van draaien: afwisselend met linker en rechter arm touwen binnenwaarts draaien (met handen een cirkel beschrijven) (belangrijk: armen NIET overkruisen)

. inspringen: over dichtste touw springen

. uitspringen: diagonaal uitgaan over verste touw (is dus hetzelfde touw als bij de insprong)



b) Aanleren:

. oefening 1 met touw draaien,

springer staat links van draaier, draaier draait touw met linkerhand binnenwaarts

. springer springt over touw als het de grond raakt (= insprong) en springt uit bij de volgende keer dat het touw de grond raakt (= uitsprong).

Verbale begeleiding:

"in- en uit"

"en" is tussensprong om te wachten tot het touw opnieuw naar beneden komt.

. oefening 2: met 2 touwen draaien

alleen naar dichtste touw kijken, overspringen zoals oefening 1 (= insprong) op "en" in plaats van tussensprong nu over andere touw springen op "uit" terug over touw springen.

De hele cyclus/routine omvat 3 sprongen:

1. insprong

2. over het 2e touw springen

3. uitsprong

Dit kan geoefend worden met alle leerlingen op 1 rij en 2 draaiers

Snel achter elkaar inspringen.



Praktijk:

BO 3/4 Alleen 'Long Rope':

* Draaien.

* Springen met stilstaande springer in touw.

* Springen met inkomen (= met touw mee).



BO 5/6 Long Rope:

* "Noortje".

* "Achtervolger" (= Opvolgen).

* "Klokslag".



BO 7/8 Long Rope:

* Draaier overnemen zonder dat het touw stopt / hapert. (Met en zonder springer.)

* Met meerdere personen tegelijkertijd in het touw.

* Inkomen via de 'foute' zijde (= tegen de draairichting in).

Double Dutch:

* Draaien.

* Inkomen in Double Dutch met minimaal 1 goede (!) draaier.



VO 1/2 Double Dutch:

* Inkomen en uitgaan.

* Meerdere springers tegelijkertijd in de touwen.

* Met een single rope in Double Dutch.



VO 3/4 Double Dutch:

* Overnemen van de draaiers zonder dat de touwen stoppen / haperen. (Met en zonder springer(s).)



VO 5/6 Double Dutch:

* Routine met 3- of 4-tal.



++. Extra:

Extra vormen om reeds vanaf groep 7/8 te oefenen zijn ondermeer 'paraplu' en 'carré' met long ropes of 16'' ropes.

In Double Dutch kunnen Single Ropes worden toegevoegd, maar ook allerhande verplaatsingen en switches (= wissels) van draaiers en springers.





VI Chinese Wheels: groep 7 t/m 6 VWO

Subdoel 1: Kunnen draaien van de touwen zonder dat er over gesprongen wordt.

Subdoel 2: Basis kunnen springen met een tweetal.

Einddoel 1: Verschillende skills met tweetal.

Einddoel 2: Met drie- of meertallen kunnen springen.



Woordje vooraf:

Het draaien bij Chinese Wheels is lastig. Niet alleen moeten de armen een halve fase na elkaar bewegen, tevens moeten de armen afzonderlijk het eigen lichaam en het lichaam van de ander bedienen. Hierdoor ontstaat er een complex geheel van draaien en (niet) springen.



Leren draaien en springen.

. manier van draaien: afwisselend een halve fase na elkaar de rechter en linker arm touwen draaien.

. Niet te snel beginnen met springen.

. Tempo niet te hoog.

. Kijken welke kleur rope bij je hoort.



. oefening 1: met touwen draaien en springen

In de eerste fase gaat één van de drie in het midden staan. Aan beide zijden komt een ander te staan. In beide handen wordt een rope gehouden. Elk rope wordt tevens vastgehouden door degene die aan de zijkant staat. Er zijn dus twee ropes in gebruik door drie personen.

. De volgende fase bestaat hieruit dat de middelste persoon de ropes een halve fase na elkaar in beweging brengt en houdt. De personen aan de zijkant draaien hun eigen rope mee in het juiste tempo en fase.

. Mocht dit probleemloos verlopen dat wordt fase drie uitgevoerd. Tijdens het draaien gaat de persoon in het midden meespringen met de ropes; elke keer een rope de grond raakt dient de springer in de lucht te zijn om het rope 'virtueel' onder zich door te laten gaan.



. oefening 2: met 2 personen touwen draaien en springen

Ook nu onderscheiden we een drietal fasen. In de eerste fase houden de twee personen beiden elkaars rope vast terwijl ze naast elkaar staan. Het is verstandig om met twee verschillende kleuren rope te werken. Hierdoor kan gesproken worden over een oranje rope en een wit rope. Dit betekent dat beide personen een eigen kleur hebben.

. In de tweede fase worden de ropes bewogen zonder dat er gesprongen wordt. De rechter en linker persoon bewegen als eerste hun rechter hand en brengen zo als eerste het witte rope in beweging. Dit wordt direct gevolgd door de linker handen die het oranje rope in beweging brengen. Dit gebeurt een halve fase na elkaar. Als het witte rope boven is, is het oranje rope beneden. Als het witte rope voor is, is het oranje rope achter. Als beide ropes voor de personen op de grond liggen, wordt de beweging in omgekeerde volgorde, en dus achteruit, uitgevoerd.

. Hierna volgt fase drie. Even voordat een rope de grond raakt springt de draaier over zijn / haar rope. Dit gebeurt één volledige rotatie; dus beide personen springen één keer.

. Chinese Wheels is een feit. Er wordt niet meer gestopt na één sprong, waardoor nu de springers continu door kunnen springen en door kunnen gaan naar het springen van tricks in wheels.



Praktijk:

BO 7/8 * Timing leren.

* Basis springen.



VO 1/2 * Inside Turn.

* Plaatswissel.



VO 3/4 * Criss-Cross.

* 3-tal.

* 4-tal.

* Outside Turn.

* Achteruit.



VO 5/6 * Toad.

* EB.

* Tempowissel.



++. Extra:

Ook in 3-tal en meertal kunnen draaien en plaatswissels gemaakt worden.

Tevens kan er bijvoorbeeld travellar in wheels gesprongen worden.